donderdag 11 juni:
Eerst gaat Sebas nog een keer in de whirlpool en dan gaat het anker omhoog. We varen om het volgende Eolische eiland Lipari heen.
De wind lijkt prima en we hebben alle tijd. Na tochten van 30 mijl of meer is het wel weer lekker om tochtjes van rond de 20 mijl te varen. We gaan tussen de twee eilanden door. De krater van Vulcano is aan deze kant veel beter zichtbaar. We vinden het erg mooi om te zien en dat pluimpje rook maakt het echt echt.
Achter Lipari ligt Salina, met twee vulkanen.
Dit eiland gaan we niet bezoeken, maar het ziet er wel mooi uit. Mooier dan Lipari, vinden wij. Toen we de noordwest hoek van Lipari omgingen konden we de Etna ook weer zien.
Als we om Lipari heen zijn, gaan we de baai in met het plaatsje Lipari. Volgens de pilot kunnen we het beste de marina in het noordwesten pakken. Daar zou je rustig liggen met de minste overlast van de golven van de ferries. Dat blijkt niet echt te kloppen. We gaan tot ‘s avonds laat als een gek op en neer. Ook ‘s nachts als de vissers weggaan en terugkomen lijkt het op tobbedansen. Dat maakt het een onrustige nacht.