08 juni 2009:
Vandaag verlaten we Sicilië voor één dag. De voorspellingen beloven een rustige tocht. We gaan naar Reggio di Calabria op het vaste land, aan de andere kant van de straat van Messina. We kiezen voor
Reggio omdat Messina erg duur schijnt te zijn. Beide steden zijn door aardbevingen en oorlog veel van hun oude gebouwen verloren geraakt. Daardoor voor toeristen minder interessant.
Om 9:50 varen we de haven uit en er staat dan best een redelijke deining (komend vanuit Griekenland?). De wind is met 10 knp prima. Als we bij Taormina in de buurt komen is de wind flink toegenomen tot 22-24 knopen en daarmee worden de golven ook in één keer een heel stuk groter. Ze zijn nu al zeker 3 m hoog en de boot gaat dan ook flink op en neer. Af en toe komen er flinke golven
over de boot heen rollen en het volledige zeilpak gaat dan ook aan. Hilda vind het niet zo leuk, maar inmiddels hebben we al vaker redelijke golven gehad en dan wend het wel. Vreemd genoeg nemen de golven een tijdje later helemaal af tot bijna vlak water. Je ziet een vrij strakke lijn in het water waar wel en geen golven staan. Waarschijnlijk zijn we achter de beschutting van Capo Spartivento / Capo Dell’Armi (zuidelijke kaap van het vaste land) gekomen, hoewel die toch wel 15-20 nm weg liggen. Dat vaart toch wel een stuk prettiger. Ook neemt de wind langzamerhand weer af. We varen lekker door…voor zolang het duurt, want na weer een tijdje neemt de wind weer toe tot boven de 20 knp en de golven zijn af en toe ook weer hoger dan 2 m. Door de sterke stroming varieert de wind en golven heel erg van plek tot plek en komen we nauwelijks vooruit. In de pilot stond al dat de straat van Messina niet eenvoudig is. Als we dichter bij de overkant komen wordt de golfslag langzamerhand erg kort waardoor het minder grip op de boot krijgt. Om 17:45 varen we, na toch wel een ruw tochtje, de haven van Reggio Calabria binnen.
Rond 17:00 passeren we ook nog een soort van magische grens…die van 1000 nm…Reden om een fotootje te maken 😉 (DOG: 1000 nmile).