donderdag 4 juni:
Om 5.00 willen we vertrekken. George, onze Franse buurman die heel goed Engels spreekt, wil meevaren. Samen vertrekken we, terwijl het net licht begint te worden. Het weer is rustig, zoals voorspeld.
Na een half uurtje loopt ineens de windmeters op van 4 naar 18 knopen. De zeilen zijn gehesen, maar de wind blijft oplopen tot 28 knopen. Voor het eerst gebruiken we ons tweede rif. Na een uurtje is de wind weer teruggezakt naar 10 knopen. Daarna blijft het de hele weg rustig.
De Fransman gaat niet naar Sicilië en na ongeveer 6 uur varen nemen we afscheid via de marifoon. Hij heeft nog foto’s van ons gemaakt, die we in september opgestuurd krijgen. En wij hebben foto’s van hem. ![]()
We zijn inmiddels bij het zuidelijkste deel van het vaste land. Van daar uit is het nog iets meer dan 40 mijl naar Riposto, Sicilië. Wat we niet verwacht hadden is dat we Sicilië al zouden kunnen zien. De contouren van de Etna zijn al duidelijk zichtbaar, hoewel er de hele dag een wolk boven blijft hangen. Foto: Etna vanaf 8 mijl voor kust
De oversteek gaat zonder problemen. Alleen jammer dat de wind een heel stuk recht van voren komt.
Als we gebruik willen maken van de wind dan moeten we een andere koers varen en dat betekend een stuk omvaren en dan komen we in het donker aan. Dat doen we niet. Uiteindelijk is het kwart over zeven als we aankomen (meer dan 14 uur varen). Het laatste stuk hebben we stroom mee en dat scheelt flink. De wind is dan al helemaal gaan liggen.
Onderweg hebben we weer dolfijnen gezien. Ze springen hier echt helemaal uit het water en dat blijft leuk. Ook een paar (grote) tankers zijn langs gevaren, maar daar hadden we geen last van. Foto: Richting straat van Messina, links Sicilië, rechts vaste land.